Galadriël

3587660-galadriel-the-hobbit

In een prachtig bos waar de bladeren altijd groen waren en de bloemen het hele jaar door bloeiden, woonde een elfenvolk. Het was een afgelegen gebied waar weinig mensen kwamen. En de mensen die er kwamen, zagen de elfen meestal niet. Simpelweg omdat ze er niet in geloofden of te druk waren met denken aan andere dingen.

Galadriël was aan het spelen in huis. Ze woonde in een schitterend boomhuis, waar haar familie al vele generaties lang had gewoond. Het huis was gemaakt van alles wat het bos hen te bieden had en werd verstevigd door elfenkracht. Als je je goed concentreerde, zag je dat er een lichte gloed vanaf straalde. Galadriël liep de trappen op naar haar kamer. Het was de hoogste plek in huis en dat was heel bijzonder. Vanaf haar kamer keek ze uit over de boomtoppen van het bos. Als je goed keek kon je de rand van het woud zien, waar de natuur geleidelijk overging in een heuvelachtig graslandschap met kabbelende beekjes met kristalhelder water. Ze hield ervan om uit haar raam te klimmen en op het dak van het huis te staan. Dan spreidde ze haar armen en snoof de heerlijk zoete geur van het bos en de aarde in. Wat hield ze veel van de bomen en de planten.

“Galadriël!”, riep haar moeder hard vanuit het raam. “Kom nu naar binnen. Hoe vaak moet ik je nog zeggen dat ik niet wil dat je op het dak staat.” Beduusd en een beetje geschrokken kroop de prachtige elfendochter door het raam naar binnen. Ze ging op bed liggen en mijmerde wat voor zich uit. “Waarom reageerde haar moeder zo overdreven als ze op het dak stond? Elfen kunnen toch zeker vliegen?” Ze viel in slaap en droomde opnieuw dat ze op het dak stond. De kleuren, geuren en geluiden waren zo echt dat ze het verschil tussen wakker zijn en dromen niet kon onderscheiden. Het avondrood van de lucht, de vogelconcerten, die rijke geur, ze kon er geen genoeg van krijgen. “Galadriël!” Opnieuw riep haar moeder haar naar binnen. “Mama, het is goed. Er zal me niks gebeuren”, sprak ze in de zachte elfentaal. Toen werd ze wakker. Het was al ochtend. Ze rilde van de kou. Ze had de hele nacht met haar kleren aan op bed gelegen. “Hoe had de tijd zo snel kunnen gaan?”

“Galadriël, lieverd, kom je eten? Het is al laat en vandaag is een belangrijke dag”, riep haar moeder van beneden. Ze ging de wenteltrap af naar beneden en schoof aan de lange, eikenhouten tafel. Deze bijzondere tafel had haar altijd verbaasd. Alles in de elfenwereld was licht en zwierig. Dat kon ze niet van deze tafel zeggen. “Het is nog een wonder dat die niet door de vloer naar beneden stortte”, peinsde ze. Ze had het eigenaardige gevoel dat haar familie altijd al een beetje anders was. “Heb je lekker geslapen?”, vroeg moeder. De prachtige vrouw met haar goud glanzende haren keek haar zacht en liefdevol aan. Het voorval van gisteravond was al lang vergeten. Galadriël begon te vertellen over haar droom en wat ze in haar droom tegen haar moeder zei. “Het wordt tijd dat ik je meer vertel over wat er met Moeder is gebeurd”, sprak haar mama. De elfen noemde de moeders van de moeders, tot in alle generaties: “Moeder”. “Moeder stond lang, lang geleden net als jij op het dak, en toen scheerde er een grote adelaar over en die nam haar mee. Sindsdien hebben we niets meer van haar vernomen. Maar jouw droom heeft mij helpen inzien dat ik de angst om jou, mijn lieve dochter, op deze manier kwijt te raken, ongegrond is. Je bent vrij om daar te staan zo vaak je wilt.” Galadriël wist niet wat ze hoorde. Haar hart bonsde en ze had een rode blos op haar wangen. Ze besefte nu pas hoe belangrijk dat voor haar was geweest.

“Kom”, sprak haar moeder. “Ik ga je haar mooi maken en je deze nieuwe jurk aantrekken.” Ze pakte een schitterende jurk uit de kast. Hij was gemaakt van elfendraad. Hier moesten tientallen elfen dagen aan hebben gewerkt. “Vandaag is het elfenkoninginnedag en je mag de koningin een hand geven.” “Oh ja, dat is waar ook!” Galadriël kreeg het er nog steeds een beetje benauwd van als ze eraan dacht. Ze had eigenlijk liever haar oude spijkerbroek aan, maar ze begreep dat ze daarmee niet voor de dag kon komen om de koningin te ontmoeten.

In de middag was het zo ver. Alle elfen uit het bos kwamen samen rond een elfenvuur. Het vuur gaf een lichtblauwe gloed en was heerlijk warm. De vlammen dansten en de jonge elfen speelden ermee. Je kon je er niet aan verbranden. En toen, als uit het niets, stond daar hun koningin. Wat was ze mooi! Haar ogen straalden zo veel liefde en wijsheid uit! Haar fonkelende gewaad wapperde in de wind. “Lief kind”, sprak de koningin. Zo begon ze altijd haar toespraken. Iedereen voelde zich dan aangesproken. “Ik ben vandaag 973 jaar oud geworden en ben dankbaar je te mogen begeleiden op je reis.” Galadriël vroeg zich af welke reis de koningin bedoelde. “Op mijn verjaardag wil ik je een cadeau geven.” De koningin opende een gouden trommeltje met schroefdeksel en pakte er met duim en wijsvinger wat poeder uit. “Ga dicht bij elkaar staan, rond het vuur”, sprak ze verder. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan, dacht Galadriël, toen meer dan 500 elfen zich allemaal rond het vuur moesten verzamelen. Alle vleugels werden in elkaar gehaakt. Het gaf haar een warm en veilig gevoel. Toen strooide de koningin het poeder uit over het volk en een gloed van geluk vervulde het hele elfenvolk. Alle zorgen en verdriet waren weg. Alleen puur geluk vervulde het in elkaar gehaakte bolletje elfen. “Zoals je je nu voelt, lief kind”, ging deze indrukwekkende vrouw verder, “zo hoor je je altijd te voelen. Dat is je natuurlijke staat van Zijn. Als dat niet zo is, dan is er iets mis. Ik wil je vragen om naar huis te gaan en na te denken hoe je kunt terugkeren naar dit geluk als zorgen en verdriet mochten binnensluipen. En denk eraan”, eindigde de koningin, “dit poeder hielp je slechts herinneren wat altijd al het jouwe was. Deze kracht vind je in jezelf.” Ze vloog op de binnenste kring rond het vuur af en gaf Galadriël en alle anderen die daar stonden een hand.

maxresdefault

Zo ging het volk uiteen om na te denken over wat de koningin gezegd had. Galadriël vloog, half dronken van de persoonlijke ontmoeting met de koningin, naar huis. Ze ging onmiddellijk de wenteltrap omhoog naar haar kamer, deed haar raam open en klom het dak op. Het weidse gezicht over het woud en de frisse lucht deden haar goed. Ze haalde diep adem. “Wat een intense dag! Zou het werkelijk mogelijk zijn om altijd gelukkig te zijn? Hoe zou dat kunnen wanneer er erge dingen gebeurden zoals de verdwijning van Moeder? Daar kon niemand zich toch gelukkig bij voelen? Ze had het nog maar nauwelijks gedacht of een grote adelaar dook met luid gesuis vanuit de lucht naar beneden en greep Galadriël bij haar kraag. Ze kreeg amper lucht en werd zo door elkaar geschud dat ze niet meer wist wat boven of beneden was. “Wat gebeurde er? Waar was ze? Waarom was het opeens zo verschrikkelijk koud geworden?” Toen zag ze dat ze hoog in de lucht vloog. “Zo hoog had ze zelf nog nooit gevlogen. Oh nee, de adelaar! Wat kon ze beginnen?”

Na een korte tijd, het leken slechts enkele seconden, liet de adelaar haar plotseling los. “Help!” Maar meteen voelde ze een zachte ondergrond van veren en takken. Ze was in het nest van de adelaar beland. Ze had altijd gedacht dat het dak van haar boomhuis het hoogste punt van de wereld was. Maar nu bevond ze zich op een besneeuwde bergtop die honderden malen hoger moest zijn. De wind waaide guur over het nest. Binnenin het nest was het stil. De adelaar sloot een vleugel om Galadriël heen als bescherming tegen de kou. Met een heldere stem begon hij te spreken:

“Lief kind,

door iedereen bemind.

Door vuur en door ijs,

ik ondersteun je op je reis.

Voor elf en voor mens,

vertel me je dierbaarste wens.”

“Nou”, begon Galadriël verontwaardigd, “Ik zou willen weten waar Moeder is.” De adelaar kreeg een twinkeling in zijn ogen en sprak verder:

“Ook moeder is met mij heen gegaan.

Ik zag haar zomer en winter staan

op het dak in het elfenbos,

zacht als een kuiken,

slim als een vos.

In dit nest is zij geïnitieerd

opdat zij het volk goed regeert.

Ook ik ben slechts een pion in het spel

en volg een hoger bevel

om de Bron van dienst te zijn,

waarin alles Eén is,

groot en klein.”

“Dus…”, begon Galadriël, “Moeder is de koningin?” Dit keer boog de adelaar diep, als bevestiging op haar vraag. Galadriël was geschokt. Moeder was zo dichtbij en niemand had het geweten. De adelaar ging verder:

“Op deze bijzondere dag is het mijn taak om jou in te wijden

en het pad van het egoïsme te mijden.

Alleen dan zal ook jij een goede koningin zijn,

zuiver en rein”

Nu begon het Galadriël echt te duizelen. Sprak de adelaar over haar koningschap? Maar alles begon op haar plek te vallen. De droom die ze had gehad over hoe ze haar moeder had verteld dat ze veilig was op het dak. De verjaardag van de koningin. De hand die ze van haar had gekregen. En tenslotte de opdracht die het volk had meegekregen. Alles leek zo mooi als een puzzel in elkaar te passen. Het was allemaal een voorbereiding geweest op een nieuwe fase in het koningschap. Alsof de adelaar wist wat Galadriël dacht, eindigde hij:

“Wees maar niet bang.

De wissel van het koningschap duurt nog lang.

Er is nog veel tijd

waarin ik jou voorbereid.

Ik zal je onderwijzen.

Niemand mag het weten.

Het volk zal je prijzen.

Je grootsheid is niet te meten”

En met die woorden zette de adelaar Galadriël op haar rug. Met een grote sprong doken ze de diepte in en na een duizelingwekkende vlucht zat ze weer op het dak van haar eigen huis. “Had ze dit nou allemaal gedroomd? Nee, daar was het té echt voor geweest. Ook een veer uit het nest, die was blijven plakken aan haar elfenjurk, was het stille bewijs dat wat er zojuist gebeurd was niet slechts een betekenisloze droom was geweest. “Wanneer zou haar volgende ontmoeting met de adelaar zijn? Zou iemand het gemerkt hebben?” Ze besloot er niet meer over na te denken. Het zal vanzelf wel duidelijk worden. En wat betreft de vraag die de koningin (Moeder!) het volk vanmorgen stelde: Daar had ze al wel een antwoord op. Ze zou haar leven wijden aan het helpen van alle wezens. Iedere dag. Dat zou haar helpen om de hele dag door gelukkig te zijn en angst en verdriet voorgoed achter zich te laten.

“Galadriël!”, riep haar moeder onder aan de wenteltrap. “Eten!” “Ja mam, ik kom eraan.”

thumb-1920-516991

Focus op geven in plaats van krijgen

vraagtekensWat trek ik morgen aan? Wat zullen we de komende drie dagen eten? Wat ga ik morgen in mijn gesprek zeggen? Maak jij plannen voor een toekomst die je nog niet kent? Hoe open sta je voor een andere invulling van de dag als je hem al helemaal hebt ingepland?  Dit heet in mijn ogen “vol zijn van jezelf”. Als je dag er steeds weer hetzelfde uit mag zien, dan kun je zo doorgaan. Maar als je een ander resultaat verlangt, met meer vreugde, dan zal je andere keuzes moeten maken. Mag ik met jou dit nieuwe pad in slaan?

Hoe zou je dag eruitzien als je geen plannen had? Sta daar eens een moment bij stil. En sta ook eens stil bij de vraag wat je weerhoudt om zo open mogelijk de dag in te gaan. Welke mensen zijn er gister en vandaag op je pad gekomen? Hoe open was je voor iets nieuws in die ontmoetingen? Zouden al die ontmoetingen een reden kunnen hebben?

Ik geloof dat iedere ontmoeting als doel heeft om iemand je liefde te geven of om met iemand liefde te delen. Is dat niet een opwindende gedachte? Dan draait alles om Liefde. Bijvoorbeeld als iemand boos op je wordt, dan vraagt hij/zij eigenlijk om liefde. Geef dat dan! Is dat niet beter dan je aangevallen voelen en boos terugdoen? Op die manier kan geen enkele oorlog op kleine of grote schaal blijven bestaan omdat alles gericht wordt op elkaar helpen.

Hoe meer ik in mijn kracht sta, hoe meer ik te geven heb. Hoe meer ik geef, hoe meer energie ik krijg. Hoe meer energie ik heb, hoe meer ik in mijn kracht sta. En zo ervaar ik mezelf in een opwaartse spiraal. Er moet een moment komen dat ik alleen nog maar geef en zelf niks nodig heb. Dat is het moment dat ik me herinner wie ik werkelijk ben.   Een Zelf zonder problemen en zonder enig tekort.

Wat is daar ook al weer voor nodig? Oh ja, GEVEN! En, doe ik dat nu? Oeps,……er is op zijn zachts gezegd ruimte voor verbetering. Haha! Voor jou ook? Hoe dan? Hier volgen mijn tips:

  1. Laat je gevoel van schuld los.
  2. Begin van voor af aan met een schone lei.
  3. Hou helder voor ogen dat je behulpzaam wilt zijn.
  4. Stop met plannen maken waar dit niet nodig is.
  5. Neem de tijd voor alles wat je doet.
  6. Doe één ding te gelijk, met al je aandacht.
  7. Laat iedere ontmoeting en iedere handeling zinvol zijn.
  8. Zie de ander als iemand met een schone lei.
  9. Ontmoet elkaar alsof het de eerste keer is.
  10. Breng je liefde of deel gezamenlijk in liefde.
  11. Geef de ander onvoorwaardelijk wat hij/ zij vraagt en een beetje meer.
  12. Wees dankbaar voor de ontmoeting.

Heb je een slippertje gemaakt en heb je het twaalfstappenplan niet toegepast? Vergeef jezelf en begin bij het begin. Heb je het twaalfstappenplan succesvol doorlopen? Dan is het tijd voor een feestje! Dat zou nog eens een bijzondere carnaval kunnen worden.

liefde geven of delen

Liefs, Nico 

15 opvoedtips

kind in zonnebloemEen kind opvoeden. Wat een job! Ik vroeg om advies aan een goede vriendin van me die een heel bijzonder kind heeft. Hier haar 15 beste tips:

  1. Vraag God/ je Hart iedere dag om hulp. Je bent nooit alleen en je kunt het ook niet alleen. Wat zou Liefde doen? Dit is niet gebaseerd op je ervaring uit het verleden. Ieder moment is nieuw.
  2. Wees erg flexibel. Wees bereid je plannen steeds opnieuw te kunnen wijzigen.
  3. Heb een goed humeur.
  4. Gebruik humor.
  5. Wees volledig aanwezig. Je kind heeft bovenal je liefdevolle aanwezigheid nodig. Aanwezig zijn betekent je denken gericht houden op NU en niet afdwalen.
  6. Leer van je kind. Vooral over Liefde, authenticiteit, creativiteit, vertrouwen, vreugde en passie.
  7. Praat zo min mogelijk. Luister vooral.
  8. Vertrouw op het innerlijk weten van je kind en respecteer zijn/ haar timing. Een kind laat zelf merken wanneer het toe is om te kruipen, te lopen, op de po te gaan zitten, wat het wil eten, en de rest.
  9. Je kind kan jou helpen te veranderen. Het zal jou in alles spiegelen. Als je dit toestaat komen alle dingen die om verandering vragen vanzelf aan het licht. Als jij verandert, verandert je kind ook.
  10. Wees het levende voorbeeld van wat je jouw kind wilt leren. Je leert je kind door hoe je bent. Niet door wat je zegt.
  11. Eer en respecteer de weg die je kind gaat. Het is een andere weg dan die jij gaat en het is geen gemakkelijke.
  12. Stel het gebruik van mediatechnologie zoals ipods, computers, mobieltjes en televisie zo lang mogelijk uit. Het liefst tot een jaar of tien. Het zal de ontwikkeling van de hersenen van je kind ten goede komen. En je kind zal zich meer verbonden voelen met zichzelf. Dit is het mooiste cadeau dat je kunt geven.
  13. Geniet van de ogenschijnlijk kleine dingen die je samen deelt en wees er dankbaar voor. Dit is waar het echt om draait.
  14. Vertel je kind wat het wel mag doen in plaats van wat het niet mag doen. Er is altijd gedrag waar je “Ja” op kunt zeggen. Voorbeeld: “Zo staat de stoel stevig. Zo mag je op de stoel zitten”, in plaats van ”Je mag niet wippen op je stoel.”
  15. Leer je kind door liefde in plaats van angst. 
  • Voorbeeld 1: “Hou je goed vast. We staan hoog op de trap”, in plaats van “Pas op! Hou je goed vasthoudt anders val je nog.”
  • Voorbeeld 2: “De verwarming is erg warm. Hou je handen maar hier”, in plaats van “pas op, zo verbrand je je handen nog.”
  • Voorbeeld 3: “Dit mes gebruikt mama om het brood te snijden. Kijk, het is heel scherp. Zal ik je laten zien hoe mama het brood snijdt?”

Soms moet je snel reageren in het belang van de veiligheid van het kind. Ook dan is het mogelijk om angst achterwege te laten.

Welke tip spreekt jou het meeste aan? Heb je iets toe te voegen? Plaats je reactie in het veld hieronder: